Antibiotica zijn belangrijk om ziekteverwekkers bij mens en dier te bestrijden. De werkzaamheid van antibiotica wordt minder op het moment dat de bacteriën resistent worden. Dat betekent dat de bacteriën niet meer reageren op het antibitoicum waardoor de behandeling geen effect meer heeft en de patiënt niet beter wordt.

Ook binnen de diergeneeskunde proberen we zeer zorgvuldig om te gaan met het gebruik van antibiotica. Onze beroepsgroep, de KNMvD, de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, heeft nu enkele richtlijnen opgesteld voor een verantwoord gebruik van antibiotica.

Een aantal speerpunten in deze richtlijn zijn:

 

  • antibiotica worden alleen door de dierenarts voorgeschreven na goed lichamelijk onderzoek van de patiënt
  • benadruk bij het baasje van de hond of kat het belang van het afmaken van de kuur
  • het vaker doen van testen om exact te bepalen welke kiem een rol speelt en voor welk antibioticum deze gevoelig is
  • het gebruik van bepaalde antibiotica, de zgn. fluoroquinolonen en de cefalosporines van de 3e en 4e generatie moeten tot een minimum beperkt worden en mogen alleen worden ingezet als uit gevoeligheidsbepalingen blijkt dat andere antibiotica niet werkzaam zijn

 

Wilt u meer lezen over de richtlijnen omtrent het gebruik van antibiotica lees dan op onderstaande link de folder:

Verantwoord antibioticumgebruik

 

KNMvDGGG